Press |

Behandeling tegen kanker wordt beïnvloed

Eet nooit een grapefruit als je een kankerbehandeling ondergaat, waarschuwt de internist-oncoloog Ron Mathijssen, want grapefruit kan ertoe leiden dat enzymen in de lever tijdelijk minder goed werken, met als gevolg dat medicijnen niet goed worden afgebroken. De concentratie van een geneesmiddel kan daardoor verdubbelen, met mogelijk ernstige gevolgen. En: van kankermedicijnen die in vet oplosbaar zijn, is de werking sterk afhankelijk van het voedingspatroon: vet eten betekent dat er meer van het middel wordt opgelost en dat vergemakkelijkt de opname ervan in het bloed.

Andere middelen

Bijna de helft van de kankerpatiënten slikt medicijnen die schadelijk kunnen zijn voor hun behandeling. Zo vermindert het antidepressivum paroxetine de concentratie van tamoxifen, een van de meest gebruikte middelen tegen borstkanker, met 70 procent. Terwijl ketoconazol, een veelgebruikt middel tegen voetschimmel, de concentratie van een chemomiddel tegen darmkanker verdubbelt. Ook zogenoemde ‘alternatieve middelen’ kunnen een gevaarlijke wisselwerking hebben. Zo gebruikt 14 procent van de kankerpatiënten sint-janskruid (tegen neerslachtigheid) terwijl dat middel de concentratie van een bepaald chemomiddel tegen darmkanker met 40 procent vermindert.

Roken, biologische klok en genetische mutaties

Roken jaagt de lever op waardoor allerlei enzymen sneller gaan werken. Zo is bij rokers bijvoorbeeld de concentratie van een bepaald chemomiddel 40 procent lager. Zelfs kan de effectiviteit van kankermedicijn afhangen van het moment van de dag waarop het wordt toegediend. ‘De lever werkt overdag en ‘s nachts niet hetzelfde’, verduidelijkt Mathijssen. De resultaten van een onderzoek van het ’s morgens dan wel ’s avonds toedienen, verschijnen binnenkort, maar Mathijssen kan nu al zeggen dat een algemeen advies niet te geven is. Het optimale tijdstip kan per patiënt verschillen. Daarnaast hebben sommige patiënten genetische mutaties die de werkzaamheid van een bepaald medicijn verminderen. Het gaat vooral om genen die de bouwplaat vormen voor eiwitten die in de lever de omzetting van medicijnen mogelijk maken. Als per medicijn duidelijk is welk genenprofiel gunstig is, kan de keuze van het geneesmiddel daar mogelijk op worden aangepast.

© 2019, Stichting DUOS, redactie en teksten: Kuip&Ko, website: sbddesign.nldisclaimer   |   log in