Press |

Blaaskanker

cat-blaaskankerBlaaskanker (blaascarcinoom) komt steeds vaker voor in Nederland. Per jaar worden ongeveer 6.000 nieuwe patiënten geregistreerd, van wie een kwart overlijdt aan deze tumor. Bij mannen komt blaaskanker zeker 3 tot 4 keer vaker voor dan bij vrouwen. Wereldwijd staat blaaskanker op de 9de plaats van veelvoorkomende kankers. In de geindustraliseerde landen, waaronder Europa en Noord-Amerika is de incidentie van blaaskanker hoger. Zo staat in de US  blaaskanker op de 6de plaats van veelvoorkomende kankers (na borst, long, prostaat, darm en melanoom).

Wat | Behandeling | Studies


Wat is blaaskanker?

Blaascarcinoom komt doorgaans voor boven het 60e levensjaar en komt vaak aan het licht door bloed in de urine (hematurie). Een of enkele malen bloedplassen zonder pijn wordt vaak onterecht genegeerd. Soms geeft blaaskanker aandrangklachten.

Risicofactoren blaaskanker

  • Roken.
  • Blootstelling aan bepaalde chemicaliën (aromatische amines) die in de verfindustrie (polycyclic aromatic hydrocarbons, 2-napthylamine, betanapthylamine, aromatic amines, benzidine) of dakdekking worden gebruikt.
  • Blootstelling aan arsenicum (in drink- of bodemwater, in het werk, voeding enz.).
  • Uitwendige bestraling van darm- of prostaattumoren met cyclophosphamide of ifosfamide.
  • Chronische urineweginfecties.
  • Een verblijfscatheter.
  • Te weinig drinken.
  • Een erfelijke component: als 2 of meer eerstegraads familieleden de diagnose blaaskanker hebben gekregen, is er een verhoogd risico op blaaskanker.
  • De erfelijke aandoening ‘Lynch-syndroom’ die naar schatting voorkomt bij ca 50.000 mensen in Nederland, geeft een verhoogde kans op bepaalde vormen van kanker vooral dikkedarmkanker en baarmoederkanker, maar ook blaaskanker.
  • Langdurig gebruik van pioglitazone (een bloedglucoseverlagend middel).
  • Het gebruik van kruidensupplementen die aristolochinezuur bevatten. Aristolochinezuur komt voor in planten van de pijpbloemfamilie en wordt wel aangetroffen in Chinese kruidenmengsels of afslankproducten.
  • Een infectie met de parasiet S. haematobium (komt voor in het water) veelvuldig in Afrika en Midden-Oosten.
  • Tot slot geldt voor vele kankers, en ook voor blaaskanker: leeftijd. Hoe ouder, hoe meer kans op kanker.

 

Op de polikliniek Urologie kan men in de blaas kijken (cystoscopie). Een diagnose kan gesteld worden door weefsel uit de blaas te onderzoeken.

Blaaskanker bestaat grofweg uit twee verschillende vormen, die een verschillend verloop en een verschillende behandeling hebben.

De meest voorkomende vorm is het oppervlakkige (niet-spierinvasieve) blaascarcinoom, vaak aangeduid als poliep. Dit type bevindt zich aan de oppervlakte van de blaaswandbekleding (het urotheel), en geeft gewoonlijk geen uitzaaiingen.

Een niet-spierinvasieve tumor is onder te verdelen in 3 risicogroepen:

  • laag risico
  • matig risico
  • hoog risico

De behandeling verschilt al naar gelang het risico. Een niet-spierinvasieve, maar agressieve tumor, kan na verloop van tijd doorgroeien in de blaasspier. Bij 50 tot 70% van de patiënten met een niet-spierinvasief blaascarcinoom komt de tumor terug na behandeling. De kans op terugkeer is het grootst in de hoog-risicogroep.  Bij 5 tot 10% van de niet-spierinvasieve tumoren is sprake van een (veelal meer agressieve) carcinoma in situ (CIS).

Wat | Behandeling | Studies


blaaskanker

Behandeling niet-spierinvasieve blaaskanker

De meest toegepaste behandeling bij een niet-spierinvasieve blaastumor zijn:

  • transurethrale resectie (TUR)
  • blaasspoeling (blaasinstillatie)
  • laserbehandeling

Behandeling spierinvasieve blaaskanker

In ongeveer 30% van de gevallen groeit blaaskanker naar de diepere (spier) lagen van de blaas. Dit wordt spierinvasieve blaaskanker genoemd en deze vorm kan uitzaaiingen geven.

De meest toegepaste behandelingen bij een spierinvasieve blaastumor zijn:

  • operatie waarbij de blaas wordt verwijderd, tegenwoordig veelal voorafgegaan door een behandeling met 4 kuren (neoadjuvante) chemotherapie (mits de nierfunctie -klaring van afvalstoffen en ook geneesmiddelen- goed is en er geen cardiovasculaire risico’s zijn). Als er op de CT scan of PET Ct scan al meerdere klieren in het kleine bekken zichtbaar zijn, worden ook wel 6 kuren gegeven, dit noemen we inductiechemotherapie en besluitvorming daartoe, bij voorkeur ook de toediening en de operatie, dient in een expertisecentrum plaats te vinden,
  • bestraling (uitwendig en inwendig), bij voorkeur samen met een (lichtere dosis) chemotherapie en ook veelal voorafgegaan door de bovengenoemde  4 kuren chemotherapie. Inwendige bestraling wordt ook wel brachytherapie genoemd,
  • immunotherapie (zie aparte paragraaf verder op deze pagina, maar ook op Immunotherapie)
  • palliatieve behandeling: chemotherapie (doel levensverlenging) of uitwendige bestraling ( verlichting van klachten)

Als blaaskanker is uitgezaaid naar lymfeklieren buiten het kleine bekken (en daarmee niet meer volledig kan worden verwijderd), of als de kanker naar organen (meestal long, lever of bot), is uitgezaaid, is genezing niet meer mogelijk. Wel kan met chemotherapie het leven worden verlengd.

Indien de ziekte beperkt is tot blaas en lymfeklieren, kan de levensverwachting meerdere jaren betreffen. Bij uitzaaiingen in organen is de winst in overleving beperkter.

Chemotherapie bij spierinvasieve en /of uitgezaaide blaaskanker

De meest gebruikelijke behandeling is een combinatie van twee middelen; cisplatine en gemcitabine (cis/gem), kuren die eens per 3 weken worden gegeven. Als het de aan een operatie voorafgaande chemotherapie betreft met 6 kuren (inductiechemotherapie) worden in de expertise centra ook wel ddMVAC kuren gegeven, dit is een intensiever schema. Als de ziekte toeneemt of terugkeert na een behandeling met cis/gem of ddMVAC is er op dit moment geen effectieve chemotherapie (tweede lijns chemotherapie). Indien de nierfunctie een behandeling met cisplatin niet toelaat, wordt ook wel gebruikt gemaakt van carboplatin met gemcitabine ( carbo/gem), maar dit wordt als minder werkzaam beschouwd, heeft geen plaats als neoadjuvant schema en dient alleen ter levensverlenging

DUOS heeft in oktober 2018 een financiële ondersteuning verstrekt aan de studie ‘Genoom data en analyse van uitgezaaide tumoren: een cruciale stap voor gepersonaliseerde blaaskanker behandeling.’ Urotheliale kankers worden gekenmerkt door hoge aantallen mutaties in het DNA, maar welke mutaties belangrijk zijn in de verschillende stadia van de ziekte en welke voorspellend zijn voor respons op behandeling is vaak onbekend. Binnen de studie wil men de moleculaire mechanismes in kaart brengen die belangrijk zijn in de gemetastaseerde setting van blaaskanker. Tevens: predictieve biomarkers voor systeemtherapie en potentiële targets voor bestaande en nieuwe therapieën identificeren.

Immunotherapie bij uitgezaaide blaaskanker

In enkele jaren tijd heeft immunotherapie een belangrijke plaats gekregen bij de behandeling van vooral melanoom, longkanker en ook blaaskanker. De bij blaaskanker belangrijkste immunotherapie heft een rem op die de afweercellen remt (checkpoint) en stimuleert daarmee een reactie van lichaamseigen afweercellen tegen kankercellen. Deze behandeling versterkt of verandert het eigen afweersysteem, zodat het de kankercellen alsnog kan doden. De behandeling werkt niet direct in op celdeling van de tumor of schade aan tumorcellen, zoals bijvoorbeeld chemotherapie, maar is gericht op het eigen afweersysteem. Dit is uniek aan immunotherapie.

Pembrolizumab

Immunotherapie met de checkpoint remmer pembrolizumab heeft sinds 2017 een positief advies van de beroepsgroep (CieBOM ) in Nederland en is daarmee beschikbaar bij uitgezaaide blaaskanker (en kanker van de hogere urinewegen) als tweedelijnsbehandeling. Dit besluit werd genomen op basis van eerder onderzoek waarbij overlevingswinst werd aangetoond. In dat onderzoek was er overlevingswinst ten opzichte van een behandeling met chemotherapie en had 25% van de behandelde patiënten een lange respons (een jaar of langer).

LET OP

Immunotherapie wordt niet in alle ziekenhuizen aangeboden. De behandeling vereist ervaring en zorgverzekeraars sluiten daarom niet met alle ziekenhuizen contracten en verlangen verwijzing naar centra waar deze expertise wel aanwezig is.

Een deel van de blaaskankerpatiënten heeft duidelijk baat bij immuuntherapie, maar anderen juist minder of niet. Met de RESPONDER-studie zoekt Stichting DUOS naar nieuwe biomarkers die kunnen voorspellen welke patiënten met uitgezaaide blaaskanker baat hebben bij de tweedelijnsbehandeling met pembrolizumab en welke patiënten niet. Als we dit vooraf kunnen identificeren, voorkomt dit dat een patiënt onterecht wordt blootgesteld aan een niet-effectieve behandeling. Met de inzichten uit deze studie streven we ernaar de behandeling van patiënten te verbeteren door het gebruik van gerichte combinatietherapieën.

Aan de RESPONDER-studie kunnen sinds 2018 ook patiënten deelnemen als alternatief voor een eerste lijnsbehandeling met de minder effectieve chemotherapie carbo/gem, mits er bij pathologisch onderzoek aanwijzingen zijn dat er inderdaad sprake is van een checkpoint (een zogenaamde CPS >10% score). Na eerdere chemotherapie (dus in tweede lijn) blijkt de aanwezigheid van de checkpoint bij pathologisch onderzoek minder voorspellend en is niet vereist.

Immunotherapie in onderzoeksverband bij niet- spierinvasieve en spierinvasieve blaaskanker.

Een al wat langer bestaande eenvoudige vorm van immuuntherapie wordt  gebruikt bij de behandeling van niet-spierinvasief urotheelcelcarcinoom, in de vorm van blaasspoelingen met BCG. Maar ook immunotherapie met de immuun checkpointremmers lijkt beloftevol als behandeling voor blaaskanker. Ook bij vroeg urotheelcelcarcinoom komen relatief veel mutaties voor. Vandaar dat dit zich ook leent voor systemische immunotherapie. Patiënten die niet goed reageren op BCG-spoelingen kan men nu alleen nog een radicale cystectomie aanbieden. Immunotherapie met pembrolizumab kan daarmee een alternatieve mogelijkheid zijn om misschien de blaas te kunnen behouden. In de KEYNOTE-057-studie wordt het effect van immunotherapie onderzocht bij patiënten met niet-spierinvasief urotheelcelcarcinoom die niet goed reageert op BCG. In het voorjaar van 2019 volgt een studie waarbij BCG wordt vergeleken met BCG plus pembrolizumab. Tegelijkertijd zullen ook studies van start gaan waarbij immunotherapie plus chemotherapie in de neoadjuvante setting wordt vergeleken met neoadjuvante chemotherapie alleen.

Wat | Behandeling | Studies


Studies blaaskanker

Binnen DUOS zijn tien blaaskankerstudies geopend:

Houd wijzigingen in de gaten via de homepage www.stichtingduos.nl onder ‘studies’ en via de iedere vrijdag verschijnende nieuwsbrief.

Deelname aan een studie bij Stichting DUOS

Deelname aan een onderzoekbehandeling is altijd gebonden aan specifieke voorwaarden die in het studieprotocol zijn vastgelegd. Belangrijke onderdelen daarvan zijn minimale eisen aan conditie van de patiënt en orgaanfuncties (levertesten, nierfunctie en bloedgehalte). U vindt het protocol en de in- en exclusie criteria bij de beschrijving van de studies. Tevens treft u hier de lijst met deelnemende ziekenhuizen en contactpersonen. Oriënteer u eerst via de website voordat u vragen stelt. Wilt u desondanks meer informatie dan kan dat via info [at] stichtingduos.nl.

Er zijn twee blaaskanker werkgroepen binnen DUOS opgericht: de werkgroep niet-spierinvasieve en spierinvasieve blaaskanker. Binnen deze werkgroepen worden momenteel diverse studievoorstellen besproken.

De KWF kankerbestrijding en het Blaaskankercentrum van de Erasmus MC bieden ook informatie over blaaskanker.

© 2019, Stichting DUOS, redactie en teksten: Kuip&Ko, website: sbddesign.nldisclaimer   |   log in