Dure medicijnen?

De farmaceutische industrie staat er gekleurd op. Het gangbare beeld is dat bedrijven die geneesmiddelen verkopen, extreem hoge prijzen voor hun medicijnen vragen. Farmabedrijven chanteren overheden en verzekeraars over de hoofden van patiënten heen, stelt bijvoorbeeld het Zorginstituut Nederland. Het Financieel Dagblad schreef hierover een informatief artikel dat we u ter wille van de nuancering niet willen onthouden.

Klopt dat populaire beeld wel? Vraagt het FD zich af. Was de wereld maar zo simpel. Ja, er zijn uitwassen, maar over het grote geheel gezien klopt er weinig van het imago van farmabedrijven als meedogenloze winstmachines. Een groot deel van de farmaceutische bedrijven maakt eerder te weinig dan te veel winst. De gevolgen daarvan kunnen ernstig zijn: als introductie van nieuwe geneesmiddelen niet rendabel is, stagneert de verbetering van de geneeskunde.

De stelling dat prijzen van medicijnen eerder te laag zijn dan te hoog, laat zich goed illustreren aan de hand van acht observaties.

Het rendement neemt af

Het grote accountants- en advieskantoor Deloitte kwam dit voorjaar met een alarmerend rapport: de winstgevendheid van de twaalf grootste farmaceutische bedrijven neemt gestaag af. Het rendement op hun uitgaven aan research and development (R&D) is in 2017 zelfs gedaald tot 3,2%. Dit rendement op investeringen is een belangrijk kengetal voor beleggers. En 3,2% is duidelijk te laag om de sector voor hen aantrekkelijk te maken.

Het rendement bedroeg volgens hetzelfde rapport nog 10,1% in 2010, maar is sindsdien gestaag afgenomen. De daling naar 3,2% is onder meer het gevolg van de grote prijsdruk. Andere factoren zijn toenemende concurrentie, het aflopen van patenten en meer regelgeving. Deloitte meent dat Big Farma terug moet naar een rendement van 10%.

En de hoge winstmarges dan?

Critici van de farmabedrijven laten zich niet overtuigen door het lage rendement op R&D-uitgaven. Zij kijken liever naar de winstmarges, de winst ten opzichte van de omzet. Zo onderstreepten de PvdA, GroenLinks en de SP eind vorig jaar in hun ‘Big Farma: Niet Gezond’ dat de winstmarge van de grote farmabedrijven gemiddeld 17,5% bedraagt. Dat is opvallend hoog; drie keer zoveel als in andere sectoren.

Het probleem is evenwel dat de winstmarge niet erg relevant is voor beleggers – onder wie ook veel Nederlandse pensioenfondsen. Voor beleggers is rendement op geïnvesteerd vermogen veel belangrijker. Dat is in het geval van de farmabedrijven relatief laag, doordat de ontwikkeling van nieuwe medicijnen zo’n langdurige en kostbare aangelegenheid is.

Ontwikkelingskosten: $2 mrd per medicijn

Het traject dat aan goedkeuring van één nieuw medicijn vooraf gaat, kost volgens Deloitte inmiddels circa $2 mrd. Dat is een sterke toename ten opzichte van 2010, toen de gemiddelde ontwikkelingskosten $1,2 mrd bedroegen.

Bij al die farmabedrijven gaan de kosten ver voor de baat uit. Een duidelijke illustratie biedt het Amerikaanse biotechbedrijf Vertex, dat als enige bedrijf ter wereld met succes medicijnen tegen taaislijmziekte heeft ontwikkeld. Een enorme prestatie, waar het bedrijf nog niet voor is beloond. Vertex heeft in zijn bijna dertigjarige bestaan slechts enkele keren winst gemaakt. De optelsom van alle verliezen en winsten leverde eind 2017 een negatief saldo op van circa $5 mrd.

Prijzen zijn in VS veel hoger

In de discussie over medicijnenprijzen blijft een belangrijk element vrijwel altijd onbenoemd: de prijzen voor geneesmiddelen liggen in de Verenigde Staten veel hoger dan in Europa. Regelmatig zelfs twee keer zo hoog. Het Nederlandse bedrijf Pharming kan voor zijn geneesmiddel Ruconest in de VS zelfs vier keer zoveel in rekening brengen als in Nederland.

Een goed overzicht ontbreekt, doordat geheime kortingsregelingen het zicht op medicijnprijzen vertroebelen. Maar drie jaar geleden deed The Wall Street Journal onderzoek naar de prijsverschillen. De krant achterhaalde dat de Amerikanen voor de veertig best verkochte medicijnen 93% meer betaalden dan de Noren. En dat terwijl het inkomen per hoofd van de bevolking in Noorwegen aanzienlijk hoger is dan in de VS.

Het prijsverschil betekent dat de farmabedrijven het leeuwendeel van hun winstmarge van 17,5% in de Verenigde Staten realiseren. Volgens berekeningen van de University of Southern California zijn de VS zelfs goed voor ruim driekwart van de farmawinsten. Als de Amerikanen dezelfde prijzen zouden betalen als de Europeanen, zouden de winsten van farmaceutische bedrijven al snel halveren.

Trump zegt: American Patients First

In de VS is afgelopen jaren langzaam het besef doorgedrongen dat Amerikaanse patiënten de hoofdprijs betalen voor geneesmiddelen en met hun winstsubsidie aan Big Farma opdraaien voor de innovatie in de geneeskunde, net zoals ze een onevenredig groot deel van de Navo-kosten betalen. Amerikaanse politici accepteren dat niet langer, en in die ontwikkeling loopt – het zal niemand verbazen – president Donald Trump voorop.

Dit voorjaar lanceerde zijn regering het  American Patients First, met de bedoeling een prijsverlaging voor geneesmiddelen af te dwingen. ‘In veel landen zijn medicijnen veel goedkoper dan in de VS’, zei Trump. ‘Daarom heb ik mijn regering opdracht gegeven topprioriteit te geven aan het repareren van het onrecht van hoge medicijnprijzen.’

Over de consequentie van het initiatief kan weinig misverstand bestaan: de winsten van farmabedrijven zullen dalen en de innovatie komt verder onder druk.

Veel medicijnen worden juist goedkoper

Veel aandacht gaat uit naar de prijzen van nieuwe, dure geneesmiddelen, vaak tegen zeldzame aandoeningen. Die uitschieters ontnemen het zicht op het feit dat veel medicijnen in de loop der jaren goedkoper worden, soms als gevolg van concurrentie en soms door het verlopen van de patenten. Momenteel dalen bijvoorbeeld de prijzen van dure, veel gebruikte ontstekingsremmers tegen reuma. De totale kosten daarvan waren opgelopen tot meer dan €500 mln per jaar.

Dankzij de dalende prijzen van oudere middelen stijgen de totale Nederlandse uitgaven aan medicijnen slechts mondjesmaat. Dat is al jarenlang het geval. Zo betogen de farmabedrijven dat de uitgaven in tien jaar tijd slechts 10% zijn gestegen, van circa €4,8 mrd in 2007 tot €5,3 mrd in 2017.

Het Zorginstituut gaat uit van iets andere cijfers en meldt een stijging van €4,5 mrd in 2012 tot €5,1 mrd in 2016. Dat is een toename van 13% in vijf jaar tijd. Nog altijd heel beperkt, vooral omdat de uitgavenstijging vooral voortkomt uit toenemend gebruik van medicijnen. De samenleving vergrijst immers.

Om de uitgaven aan medicijnen van ruim €5 mrd nog even in perspectief te plaatsen: de totale collectieve zorgkosten bedragen dit jaar naar verwachting €71,7 mrd.

Angstbeeld wordt nog geen werkelijkheid

Boven de discussie hangt steeds het angstbeeld dat de uitgaven binnenkort alsnog gaan exploderen. Tot nu toe valt de uitkomst steeds mee. Dat lijkt ook momenteel het geval. Het ministerie van VWS verwacht dat de totale zorgkosten in 2021 uitkomen op €79,8 mrd. Dat is een toename van €8,1 mrd ten opzicht van 2018. De uitgaven aan geneesmiddelen zullen volgens prognoses van het Zorginstituut de komende vier jaar met grofweg €500 mln toenemen.

Het overgrote deel van de stijgende zorgkosten (€7,6 mrd van de €8,1 mrd) komt dus niet voort uit hogere prijzen en toenemende gebruik van medicijnen. Waarom doen we dan toch steeds weer alsof dure pillen de gezondheidszorg onbetaalbaar maken?

Beschikbaarheid van medicijnen neemt af

Er zit een keerzijde aan de nadruk die in Nederland wordt gelegd op de kosten van geneesmiddelen. Dat is dat farmaceutische bedrijven niet langer in staat of bereid zijn hun medicijnen te leveren.

Het is geen denkbeeldig gevaar. De tekorten aan geneesmiddelen zijn afgelopen jaren sterk gestegen, volgens de apothekersorganisatie KNMP tot 732 gevallen vorig jaar. Een belangrijke oorzaak is het zogenoemde preferentiebeleid, een succesvol beleid waarmee Nederland de prijzen van generieke, patentvrije medicijnen sterk heeft weten te beteugelen. De prijzen van dit soort goedkope middelen zijn inmiddels zo laag dat het hele systeem kwetsbaar is geworden. Apothekers en huisartsen hebben al herhaaldelijk alarm geslagen.

Bij nieuwe dure geneesmiddelen tegen bijvoorbeeld kanker gebeurt iets vergelijkbaars. Na goedkeuring van een nieuw medicijn, kunnen patiënten er vaak nog niet over beschikken. Dat komt doordat de onderhandelingen over prijskortingen lang duren. Minister Bruno Bruins heeft dit jaar aangekondigd bij de introductie van nieuwe medicijnen vaker te gaan onderhandelen over lagere prijzen.

Op dit moment duren zulke onderhandelingen gemiddeld 506 dagen. Voor patiënten komt dat neer op een wachttijd van anderhalf jaar.

Bron: FD

 

Door de site te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke blader ervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je klikt op "Accepteren" hieronder, dan geef je toestemming voor het gebruik van Cookies.

Sluiten