Press |

Monitoren plasmaconcentraties abiraterone en enzalutamide

Bij inname van abirateronacetaat is het belangrijk een dalspiegel lager dan 8,4 ng/mL te verhogen om een betere kans op respons en prognose te bereiken. Merel van Nuland, promovendus van de afdeling farmacologie van het Antoni van Leeuwenhoek, heeft onderzoek gedaan naar het optimaliseren van de behandeling van uitgezaaide castratieresistente prostaatkankerpatiënten met de antihormonale middelen abirateronacetaat en enzalutamide. Deze medicijnen worden als tablet/capsule toegediend. Na inname wordt het geneesmiddel in de darmen opgenomen door het lichaam en komt het in de bloedbaan terecht. Door een bloedmonster af te nemen kunnen we de concentratie van het medicijn in het lichaam meten. Er worden grote verschillen in abirateronacetaat concentraties in het plasma (plasma is onderdeel van het bloed) gezien tussen patiënten. Deze verschillen zijn onder meer gerelateerd aan inname van voedsel, wat de reden is dat abirateronacetaat niet met voedsel wordt ingenomen. Bij enzalutamide zijn de concentraties veel stabieler.

Dalspiegel boven 8,4 ng/mL: betere kans op respons en prognose

Uit het onderzoek is gebleken dat patiënten met een dalspiegel (dat is de plasmaconcentratie op het moment voor inname van een nieuwe tablet) van abirateron boven 8,4 ng/mL een betere kans op een response en prognose hebben dan patiënten met een dalspiegel beneden 8,4 ng/mL. Daarom is het wenselijk dat in patiënten met een lagere plasmaconcentratie dan 8,4 ng/mL, deze waarde wordt verhoogd. Een manier om de plasmaconcentratie te verhogen is om abirateronacetaat gelijktijdig in te nemen met voedsel. In een vervolgstudie in ons ziekenhuis hebben we dit voedseleffect onderzocht bij patiënten met een plasmaconcentratie beneden 8,4 ng/mL. Door gelijktijdige inname met voedsel wisten we in 88% van deze patiënten een plasmaconcentratie boven de 8,4 ng/mL te bereiken. Voor enzalutamide blijkt het vooralsnog niet nuttig om plasmaconcentraties te meten. In onze patiënten hebben we geen relatie gevonden tussen plasmaconcentraties van enzalutamide en prognose.

Het meten van plasmaconcentraties van abirateron willen we dus inzetten om de prognose van patiënten die dit medicijn gebruiken te verbeteren. Het kan ook nuttig zijn om plasmaconcentraties te meten in specifieke situaties, om te controleren of de behandeling goed gaat. Zo hebben we enzalutamide gemeten in een patiënt die hemodialyse ondergaat en abirateron gemeten in een patiënt met een levertransplantatie. In beide gevallen blijkt de verminderde orgaanfunctie geen invloed te hebben op de behandeling.

Promotie Merel van Nuland: 22 januari 2020. Clinical pharmacology of anti-hormonal drugs and gemcitabine in oncology

Meer op DUOS

Of type het zoekwoord ‘abiraterone’ of ‘enzalutamide’ in bij de zoekfunctie op de homepage (www.stichtingduos.nl)

© 2019, Stichting DUOS, redactie en teksten: Kuip&Ko, website: sbddesign.nldisclaimer   |   log in