Press |

Prostaatkankers: drie epigenetische groepen verschillen in behandeling

Prostaatkankers kunnen worden ingedeeld in drie groepen met verschillende gevoeligheden voor behandelingen: dat hebben onderzoekers van het NKI recent aangetoond. De groepen worden ingedeeld op basis van verschillen in DNA afwijkingen en op basis van epigenetische verschillen die het aflezen van het DNA reguleren en mRNA expressie. De resultaten zijn gepubliceerd in het gezaghebbende wetenschappelijke tijdschrift Nature Communications. 

Om verschillen tussen prostaatkankers beter te kunnen begrijpen, zijn gegevens over zowel DNA, messenger (m)RNA en epigenetische modificaties in de tumor naast elkaar gelegd. Zo zie je verschillen die je anders niet ziet. Het DNA bevat de codes voor de eiwitten die de ziekte zijn eigenschappen geeft en de epigenetische modificaties regelen welke codes er worden afgelezen tot mRNA en uiteindelijk eiwitten worden. De NKI onderzoekers hebben laten zien dat op (epi)genetisch niveau er duidelijk andere varianten zijn te herkennen dan die al bekend waren.

Vijf keer sequencing

Ze ontdekten dat door monsters te analyseren van 99 chirurgisch verwijderde en daarna ingevroren prostaattumoren, uit een kliniek in Porto, Portugal. In 49 gevallen was de kanker binnen vijf jaar teruggekomen, bij de overige 50 na tien jaar nog steeds niet.

Elk monster ging vijf keer door de sequencing-molen. Vier keer betrof het ChIP-sequencing, waarbij werd bepaald op welke plekken een bepaald eiwit zich aan het DNA bond. Bij die vier zaten drie epigenetisch gemodificeerde histon-eiwitten: H3K27ac, H3K4me3 en H3K27me3. Het vierde was de androgeenreceptor (AR), een transcriptiefactor die bij prostaatkanker geldt als de belangrijkste sturende factor. AR regelt onder meer de productie van PSA, de biomarker waar bij vermoedens van prostaatkanker als eerste wordt gekeken en die gevolgd kan worden om de uitkomsten van een behandeling te evalueren. De vijfde analyseronde keek naar het aanwezige mRNA, en dus naar de expressie van genen die worden beïnvloed door de eerder genoemde eiwitten.

Drie typen prostaatkanker

De vijf resulterende mega-datasets werden naast elkaar gelegd en de computer maakte een indeling van de prostaattumoren. Er bleken drie typen te bestaan. Twee waarin

TMPRSS-ERG-activiteit prominent aanwezig is en een waarin AR en PSA in ruime mate aanwezig waren maar de AR-activiteit laag was. Deze laatste had veel kenmerken van een neuroendocriene tumor, maar wat betreft de zichtbare pathologische kenmerken leek de tumor daar echter helemaal niet op. De onderzoekers vermoeden dat dat derde type niet door AR wordt aangestuurd, maar via andere signaalroutes. De productie van mannelijke hormonen onderdrukken, wat gebruikelijk is bij uitgezaaid en inoperabel prostaatkanker, zou bij dit derde type tumor dus wel eens weinig zin kunnen hebben. Het goede nieuws zou dan weer zijn dat de prognose relatief gunstig lijkt.

Lees:

Integrative epigenetic taxonomy of primary prostate cancer in Nature Communications

Meer op DUOS:

Genetische analyse prostaatkanker opent weg naar vele nieuwe behandelingen

 

 

 

 

 

© 2019, Stichting DUOS, redactie en teksten: Kuip&Ko, website: sbddesign.nldisclaimer   |   log in